Hedendaagse Friese fokkerij

[fikraticker]

Nu zijn wij in het „heden“ aangekomen, een tijdperk dat de tijd van de oprichting van het K.F.P.S. 1879 tot vandaag omvat.

Hier lezen jullie nu alles over de actueele fokkerij met haar doeleinden, ook lezen jullie wat het met de inteelt- en de vosfactor op zich heeft, waarbij vooral de eerstgenoemde weleens voor irritaties en onzekerheden zorgt. Daarna draait alles om de benodigde eigenschappen en voorwaarden die een merrie of hengst (of speciaal bij de friezen ook een ruin!!) meebrengen en vervullen moet om in het stamboek van het K.F.P.S. opgenomen te kunnen worden.

..: De hedendaagse friese fokkerij

Omdat de fokkerij van het Friese paard op behoud van het ras en niet op sportieve doelen uitgericht is, is deze in de loop van de eeuwen niet wezenlijk veranderd. In de warmbloedfokkerij bestaat er inmiddels bij sommige stamboeken zelfs al een onderscheiding tussen spring- en dressuurpaardhengsten.

Het tegenwoordige bestand van friese paarden stamt van één enkele hengst af, van Nemo 51 P. (P staat voor Preferent, de hoogste waardering voor een friese hengst), geboren in 1885 en voor de dekdienst goedgekeurd in 1888. Om deze reden is de overweging van de inteeltfactor bij de koop en vooral bij de aanparing van friezen aan te raden . Maar daarover later meer.

Nadat het stamboek weer gescheiden was, werd erop gelet, dat de ingeschreven hengsten zwart waren. De Fries was namelijk niet altijd een ras met voor 100% alleen maar zwarte paarden, zoals wij ze tegenwoordig kennen. In de middeleeuwen kwamen alle kleuren voor, zelfs schimmels. Dat was om de tijd van 1500. Ongeveer 200 jaar later was al meer dan de helft van de friezen zwart. Toen het stammboek 1879 opgericht werd, was nog 10 % van de paarden anders gekleurd. De laatste bruine merrie werd 1928 in het merriestamboek ingeschreven.

Heden zijn alleen een witte vlok of sterretje op het voorhoofd of enkele witte haren op boven of onderlip. Bij alle grotere „witte vlekken” of zulke op andere plaatsen van het lichaam word het paard niet in het stamboek ingeschreven. Enkele jaren geleden zou zelfs een uitstekende jonge hengst met deze toegestane aftekeningen geen enkele kans gehad, goedgekeurd en in het stamboek voor hengsten opgenomen zu werden. Inmiddels bestaan er ook goedgekeurde dekhengsten met zulke aftekeningen.

img_0683Ook de zwarte kleur van de Friezen kent drie schakeringen. Ten eerste de glanzend- of gitzwarte, diens vacht in ieder jaargetijde gitzwart en glanzend is. In verkoopadvertenties wordt deze ook graag wel eens „lakzwart” genoemd. Dan is er de koolzwarte, die weliswaar zwart is maar duidelijk minder glans heeft. Deze heeft vrij vaak in het licht “appeltjes” in zijn vacht. Als derde variant is er de vaalzwarte Fries, zijn vacht heeft altijd een steek naar het bruine en het glanst niet zo sterk als bij de pikzwarte.

Als je vandaag naar de stamboom van de Friese hengsten kijkt, zul je vaststellen, dat alle friese paarden van één enkele hengst afstammen, en wel Nemo 51 P. De andere lijnen zijn helaas in de loop van de vorige eeuw uitgestorven, waarbij het nog voorkomt, dat een hengst die geen goedgekeurde zoon geleverd heeft en die in de mannelijke lijn uitgestorven is zich nog steeds via de moederlijn verder vererft.

Nemo heeft zich tot tegenwoordig via Ulbe 100 P., Victor 110 en de reeds eerder genoemde Paulus 121 verder vererfd. De hengstlijnen van zijn zonen Frits 95 en Leo 86 zijn helaas inmiddels uitgestorven.

In de tegenwoordige friezenfokkerij onderscheidde men tot het einde van het eerste decennium van de 21e eeuw drie hengstenlijnen. Deze werden naar hun stamvaders Tetman 205, Age 168 en Ritske 202 P. genoemd.
Inmiddels is men ertoe overgegaan van vier lijnen te spreken, de Age 168, de Ritske 202 P en de in de Jarich 226 en de Mark 232 P. gesplitste overmachtige Tetman 205 lijn.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.