Hedendaagse Friese fokkerij

..: Afstamming van de vosveulens

Na het opduiken van de vosveulens was het nog niet helemaal duidelijk, uit welke afstamming ze precies ze zijn ontsproten. Vrij snel viel het verdacht op Freark en zijn halfbroer Ysbrand uit dezelfde moeder. Met de DNA-analyse kon de vosfactor bij beide hengsten uit nog voorhanden zijnd genmateriaal bewezen worden.

De bekende (Ee)-hengsten gaan allemaal via vader-of moederlijn op Freark terug, en de moeders van de merries eveneens op hem of dan op Ysbrand, meestal over 2 tot 3 generaties. Freark heeft trouwens zelf in zijn 19jarige dekcarriere geen één vosveulen voortgebracht. Dit kan aan het lage aantal aan bedekingen liggen (meestal onder 20 per jaar) of daaraan, dat in zijn actieradius toevallig maar weinig (Ee)-merries te vinden waren. Men kan ervan uitgaan dat Ritske, Frearks vader, fokzuiver zwart was om welke reden men ervan overtuigd is, dat Freark de (e)factor van zijn moeder geerfd heeft. Van haar uitgaand kom je na drie lijnen bij President 123, van welke hengst men vrij zeker is, dat hij de (e)factor ook had. In 1920 is er namelijk een vosveulen van hem in het stamboek ingeschreven. Tegenwoordig kan je niet meer met absolute zekerheid zeggen, aan welke lijnen de factor doorgegeven is. Sinds het bekendworden van de geboorte van vosveulens worden alle hengsten op de factor onderzocht. Alle, behalve de al bekende (Ee) hensgten, zijn fokzuiver-zwart.

Om bij de aanparing van een merrie die uit een van de bekende (Ee)lijnen komt met een hengst, die ook één van deze hengsten ergens in de stamboom heeft staan, zeker te zijn, kan men haar op de (e)factor laten onderzoeken. Binnenkort is het probleem verleden tijd, want alle nieuwe hengsten worden allemaal op de (e)factor getest. Als er géén goedgekeurde hengst meer met vosfactor bestaat, komen er ook géén vosveulens meer voor.